Nederlands: Redekundig Ontleden - Klas 1 VO Learning path

Nederlands: Redekundig Ontleden - Klas 1 VO

75 minutes 8 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Nederlands: Redekundig Ontleden - Klas 1 VO

In deze leerlijn oefen je met redekundig ontleden, waaronder het herkennen van verschillende bijwoordelijke bepalingen en het naamwoordelijk gezegde. Je leert koppelwerkwoorden en zinsdelen te benoemen en sluit af met een eindtoets.

Exercises in this learning path

15 exercises
  1. 1

    Bijwoordelijke bepaling van tijd

    In deze oefening leer je de bijwoordelijke bepaling van tijd in een zin te herkennen.

    Open this exercise
  2. 2

    Bijwoordelijke bepaling van plaats

    Oefen met het opzoeken en benoemen van de bijwoordelijke bepaling van plaats in verschillende zinnen.

    Open this exercise
  3. 3

    Bijwoordelijke bepaling van wijze

    In deze oefening spoor je de bijwoordelijke bepaling van wijze op in de zin.

    Open this exercise
  4. 4

    Bijwoordelijke bepaling van reden en oorzaak

    Leer hoe je de bijwoordelijke bepaling van reden en oorzaak kunt herkennen en benoemen.

    Open this exercise
  5. 5

    Herkennen van verschillende BWB's

    In deze opdracht oefen je met het uit elkaar houden en herkennen van verschillende soorten bijwoordelijke bepalingen.

    Open this exercise
  6. 6

    Koppelwerkwoorden herkennen

    Oefen met het herkennen van koppelwerkwoorden binnen verschillende zinnen.

    Open this exercise
  7. 7

    Het naamwoordelijk deel herkennen

    In deze oefening leer je het naamwoordelijk deel van het gezegde op te sporen.

    Open this exercise
  8. 8

    Verschil tussen WWG en NWG

    Leer het verschil te herkennen tussen een werkwoordelijk gezegde en een naamwoordelijk gezegde.

    Open this exercise
  9. 9

    Naamwoordelijk gezegde met 'zijn'

    Oefen met het herkennen van een naamwoordelijk gezegde waarin het werkwoord 'zijn' wordt gebruikt.

    Open this exercise
  10. 10

    Naamwoordelijk gezegde met worden en blijven

    In deze oefening herken je het naamwoordelijk gezegde bij de werkwoorden 'worden' en 'blijven'.

    Open this exercise
  11. 11

    NWG met blijken, lijken en schijnen

    Oefen met het benoemen van het naamwoordelijk gezegde bij de werkwoorden 'blijken', 'lijken' en 'schijnen'.

    Open this exercise
  12. 12

    BWB en NWG in één zin

    In deze opdracht spoor je zowel de bijwoordelijke bepaling als het naamwoordelijk gezegde op in dezelfde zin.

    Open this exercise
  13. 13

    Zinsdeelontleding: BWB en NWG

    Oefen met het ontleden van zinnen waarin je bijwoordelijke bepalingen en naamwoordelijke gezegdes benoemt.

    Open this exercise
  14. 14

    Onderstreepte zinsdelen benoemen

    In deze oefening benoem je de onderstreepte zinsdelen in de gegeven zinnen.

    Open this exercise
  15. 15

    Eindtoets BWB en NWG

    Test je kennis over de bijwoordelijke bepaling en het naamwoordelijk gezegde in deze afsluitende eindtoets.

    Open this exercise