Zinsdeelontleding: BWB en NWG
Oefen met het ontleden van zinnen waarin je bijwoordelijke bepalingen en naamwoordelijke gezegdes benoemt.
Questions
-
MultiChoice
Welk zinsdeel noem je ook wel de BWB?
-
MultiChoice
Welk zinsdeel noem je ook wel het NWG?
-
MultiChoice
Een BWB antwoordt op vragen zoals:
-
MultiChoice
Het NWG bestaat altijd uit ten minste:
-
MultiChoice
Kan een BWB uit meer dan één woord bestaan?
-
MultiChoice
Zin: 'De leraar legt het rustig uit.' Is 'rustig' een BWB of een NWG?
-
MultiChoice
Zin: 'De leraar is erg rustig.' Is 'erg rustig' onderdeel van BWB of NWG?
-
MultiChoice
Waaraan herken je het naamwoordelijk deel?
-
MultiChoice
Kan een zin een NWG én een BWB hebben?
-
MultiChoice
Zin: 'Snel werd de kamer donker.' Wat is 'Snel'?
-
MultiChoice
Zin: 'Snel werd de kamer donker.' Wat is 'donker'?
-
MultiChoice
Welk zinsdeel geeft informatie over de omstandigheden?