Naamwoordelijk gezegde met worden en blijven Exercise

Naamwoordelijk gezegde met worden en blijven

6 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Naamwoordelijk gezegde met worden en blijven

In deze oefening herken je het naamwoordelijk gezegde bij de werkwoorden 'worden' en 'blijven'.

Questions

  1. MultiChoice

    Zin: 'Hij wordt later dokter.' Wat is het NWG?

  2. MultiChoice

    Zin: 'Mijn oma blijft altijd jong van geest.' Wat is het koppelwerkwoord?

  3. MultiChoice

    Zin: 'Het weer wordt morgen beter.' Wat is het naamwoordelijk deel?

  4. MultiChoice

    Zin: 'Blijf rustig tijdens het examen.' Wat is het NWG?

  5. MultiChoice

    Zin: 'Zij is gisteren ziek geworden.' Wat is het koppelwerkwoord?

  6. MultiChoice

    Zin: 'De bladeren worden geel in de herfst.' Wat is het naamwoordelijk deel?

  7. MultiChoice

    Zin: 'De situatie blijft onduidelijk.' Wat is het NWG?

  8. MultiChoice

    Zin: 'Hij wordt een grote ster.' Wat is het naamwoordelijk deel?

  9. MultiChoice

    Zin: 'U blijft de baas.' Wat is het NWG?

  10. MultiChoice

    Zin: 'Het eten wordt koud.' Wat is het naamwoordelijk deel?

  11. MultiChoice

    Zin: 'Zij blijft trouw aan haar club.' Wat is het naamwoordelijk deel?

  12. MultiChoice

    Zin: 'De leraar werd heel boos.' Wat is het NWG?