Form 5: Aanwijzend en Vragend Voornaamwoord Exercise

Form 5: Aanwijzend en Vragend Voornaamwoord

10 minutes 3 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Form 5: Aanwijzend en Vragend Voornaamwoord

In this engaging exercise, students will explore demonstrative and interrogative pronouns through interactive activities, enhancing their understanding of how to effectively ask questions and reference objects in Dutch. Learners will practice identifying and using these pronouns in sentences, boosting both their writing and conversational skills.

Questions

  1. MultiChoice

    Wat is 'deze' in: 'Deze auto rijdt snel'?

  2. MultiChoice

    Wat is 'wie' in: 'Wie heeft dat gedaan?'?

  3. MultiChoice

    Wat is 'die' in: 'Kijk naar die vogel!'?

  4. MultiChoice

    Wat is 'wat' in: 'Wat ga je vandaag doen?'?

  5. MultiChoice

    Wat is 'dat' in: 'Dat boek wil ik lezen'?

  6. MultiChoice

    Wat is 'welke' in: 'Welke schoenen pas jij?'?

  7. MultiChoice

    Wat is 'dit' in: 'Dit is erg lekker'?

  8. MultiChoice

    Wat is 'wie' in de vraag: 'Wie komt er op bezoek?'?

  9. MultiChoice

    Wat is 'dergelijke' in: 'Dergelijke fouten moet je vermijden'?

  10. MultiChoice

    Wat is 'wat voor een' in: 'Wat voor een vis is dat?'?

  11. MultiChoice

    Welke woorden zijn voorbeelden van aanwijzende voornaamwoorden?

  12. MultiChoice

    Wat is 'zo'n' in: 'Zo'n grote taart heb ik nooit gezien'?