Form 14: Hoeken berekenen in symmetrische figuren Exercise

Form 14: Hoeken berekenen in symmetrische figuren

10 minutes 6 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Form 14: Hoeken berekenen in symmetrische figuren

In this engaging exercise, students will explore the fascinating world of angles by calculating angles in symmetrical figures, sharpening their geometry skills and enhancing their understanding of symmetry through practical problem-solving activities.

Questions

  1. MultiChoice

    Wat geldt voor de overstaande hoeken in een parallelogram?

  2. MultiChoice

    In een parallelogram ABCD is hoek A = 70°. Hoe groot is hoek C (overstaand)?

  3. MultiChoice

    In een parallelogram ABCD is hoek A = 70°. Hoe groot is hoek B (naastliggend)?

  4. MultiChoice

    Wat geldt voor alle vier de hoeken van een ruit?

  5. MultiChoice

    Een vlieger heeft één symmetrieas. Welke twee hoeken zijn sowieso even groot?

  6. MultiChoice

    In een vlieger zijn de twee gelijke hoeken elk 100°. De tophoek is 40°. Wat is de onderhoek?

  7. MultiChoice

    Hoe groot zijn de hoeken in een vierkant?

  8. MultiChoice

    In een gelijkbenig trapezium zijn de twee onderste hoeken elk 65°. Hoe groot is een bovenste hoek?

  9. MultiChoice

    Hoeveel graden zijn de hoeken in een regelmatige zeshoek samen?

  10. MultiChoice

    Een rechthoek wordt door een diagonaal verdeeld. Één hoek wordt gesplitst in 30° en...

  11. MultiChoice

    In een ruit is één hoek 120°. Hoe groot is de hoek daarnaast?

  12. MultiChoice

    Wat is de som van twee opeenvolgende hoeken in een parallelogram?