Form 14: Hoeken berekenen in symmetrische figuren
In this engaging exercise, students will explore the fascinating world of angles by calculating angles in symmetrical figures, sharpening their geometry skills and enhancing their understanding of symmetry through practical problem-solving activities.
Questions
-
MultiChoice
Wat geldt voor de overstaande hoeken in een parallelogram?
-
MultiChoice
In een parallelogram ABCD is hoek A = 70°. Hoe groot is hoek C (overstaand)?
-
MultiChoice
In een parallelogram ABCD is hoek A = 70°. Hoe groot is hoek B (naastliggend)?
-
MultiChoice
Wat geldt voor alle vier de hoeken van een ruit?
-
MultiChoice
Een vlieger heeft één symmetrieas. Welke twee hoeken zijn sowieso even groot?
-
MultiChoice
In een vlieger zijn de twee gelijke hoeken elk 100°. De tophoek is 40°. Wat is de onderhoek?
-
MultiChoice
Hoe groot zijn de hoeken in een vierkant?
-
MultiChoice
In een gelijkbenig trapezium zijn de twee onderste hoeken elk 65°. Hoe groot is een bovenste hoek?
-
MultiChoice
Hoeveel graden zijn de hoeken in een regelmatige zeshoek samen?
-
MultiChoice
Een rechthoek wordt door een diagonaal verdeeld. Één hoek wordt gesplitst in 30° en...
-
MultiChoice
In een ruit is één hoek 120°. Hoe groot is de hoek daarnaast?
-
MultiChoice
Wat is de som van twee opeenvolgende hoeken in een parallelogram?