Voltooid deelwoord in een zinsverband
In deze oefening pas je de spelling van het voltooid deelwoord toe binnen volledige zinnen. Je leert de regels te gebruiken in zinsverband.
Questions
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'De bakker heeft het brood ...' (bakken)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'De leerlingen hebben stil ...' (luisteren)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'De minister heeft een toespraak ...' (houden)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'Heb jij die film al ...?' (zien)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'De auto is tegen een boom ...' (botsen)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'Mijn zus heeft haar examen ...' (halen)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'De politie heeft de dief ...' (pakken)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'Wij hebben lang op de bus ...' (wachten)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'Oma heeft heerlijke soep ...' (koken)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'De tuinman heeft het gras ...' (maaien)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'De dokter heeft hem ...' (onderzoeken)
-
MultiChoice
Kies het juiste voltooid deelwoord: 'Zij heeft haar kamer prachtig ...' (versieren)