Meewerkend voorwerp in dagelijks taalgebruik Exercise

Meewerkend voorwerp in dagelijks taalgebruik

5 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Meewerkend voorwerp in dagelijks taalgebruik

Herken het meewerkend voorwerp in herkenbare zinnen uit het dagelijks taalgebruik.

Questions

  1. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Sofie leest haar zusje een verhaaltje voor.'?

  2. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Wij gaven de buren onze reserve sleutel.'?

  3. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Ik lap mijn broer zijn fiets op.'?

  4. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'De verkoper toont de koper de auto.'?

  5. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Vader geeft de baby een flesje.'?

  6. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Bram vertelde zijn vriend een geheim.'?

  7. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Zij lieten ons hun mooie boerderij zien.'?

  8. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'De sporter stelde de trainer een vraag.'?

  9. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Lieke stuurde haar opa een mooi kaartje.'?

  10. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'De klant gaf de bediende een fooi.'?

  11. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'De meester gaf ons een mooi compliment.'?

  12. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'De mevrouw gaf de politie haar adres.'?