Meewerkend voorwerp met voorzetsel (aan/voor) Exercise

Meewerkend voorwerp met voorzetsel (aan/voor)

4 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Meewerkend voorwerp met voorzetsel (aan/voor)

Ontdek hoe je het meewerkend voorwerp kunt herkennen wanneer het begint met een voorzetsel zoals aan of voor.

Questions

  1. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Saar geeft een snoepje aan haar broertje.'?

  2. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Kim breit een sjaal voor haar oma.'?

  3. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Hij meldt het voorval aan de politie.'?

  4. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'De juf bakt een taart voor de klas.'?

  5. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Stijn laat de foto's zien aan zijn vrienden.'?

  6. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Luuk pakt een cadeautje in voor zijn vader.'?

  7. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Elise stelt haar vragen aan de leraar.'?

  8. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Oom haalt eten voor de hond.'?

  9. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Niek vertelt het geheim aan zijn zus.'?

  10. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Tante koopt een muts voor de baby.'?

  11. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'De acrobaat toont haar kunstjes aan het publiek.'?

  12. MultiChoice

    Wat is het MV in: 'Opa strooit brood voor de vogels.'?