Eten en Drinken in Taal Exercise

Eten en Drinken in Taal

3 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Eten en Drinken in Taal

In deze oefening oefen je met taaluitdrukkingen die te maken hebben met eten en drinken. Ontdek de figuurlijke betekenis van deze uitspraken.

Questions

  1. MultiChoice

    Wat betekent 'met de bakker door de ruit gaan'?

  2. MultiChoice

    Wat betekent 'met de gebakken peren zitten'?

  3. MultiChoice

    Wat betekent 'voor een appel en een ei'?

  4. MultiChoice

    Wat betekent 'iets voor zoete koek slikken'?

  5. MultiChoice

    Wat betekent 'de soep wordt niet zo heet gegeten'?

  6. MultiChoice

    Wat betekent 'een appeltje voor de dorst'?

  7. MultiChoice

    Wat betekent 'een eitje met iemand te schillen hebben'?

  8. MultiChoice

    Wat betekent 'iemand blij maken met een dode mus'?

  9. MultiChoice

    Wat betekent 'het is koek en ei'?

  10. MultiChoice

    Wat betekent 'in de bonen zijn'?

  11. MultiChoice

    Wat betekent 'mosterd na de maaltijd'?

  12. MultiChoice

    Wat betekent 'met de neus in de boter vallen'?