Form 14: Verleden tijd snelle zelftest Exercise

Form 14: Verleden tijd snelle zelftest

10 minutes 5 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Form 14: Verleden tijd snelle zelftest

Test snel je kennis van de werkwoordspelling in de verleden tijd. Controleer of je de belangrijkste regels en vormen goed beheerst.

Questions

  1. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'botsen' in de verleden tijd enkelvoud?

  2. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'draaien' in de verleden tijd enkelvoud?

  3. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'harken' in de verleden tijd enkelvoud?

  4. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'duwen' in de verleden tijd enkelvoud?

  5. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'stoppen' in de verleden tijd meervoud?

  6. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'vliegen -> vlogen' (sterk)? Krijgt zwak 'zweven' -den of -ten?

  7. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'juichen' in de verleden tijd meervoud?

  8. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'sparen' in de verleden tijd meervoud?

  9. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'klappen' in de verleden tijd enkelvoud?

  10. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'bouwen' in de verleden tijd enkelvoud?

  11. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'straffen' in de verleden tijd meervoud?

  12. MultiChoice

    Welke uitgang krijgt 'tellen' in de verleden tijd meervoud?