Form 14: Verleden tijd snelle zelftest
Test snel je kennis van de werkwoordspelling in de verleden tijd. Controleer of je de belangrijkste regels en vormen goed beheerst.
Questions
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'botsen' in de verleden tijd enkelvoud?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'draaien' in de verleden tijd enkelvoud?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'harken' in de verleden tijd enkelvoud?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'duwen' in de verleden tijd enkelvoud?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'stoppen' in de verleden tijd meervoud?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'vliegen -> vlogen' (sterk)? Krijgt zwak 'zweven' -den of -ten?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'juichen' in de verleden tijd meervoud?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'sparen' in de verleden tijd meervoud?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'klappen' in de verleden tijd enkelvoud?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'bouwen' in de verleden tijd enkelvoud?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'straffen' in de verleden tijd meervoud?
-
MultiChoice
Welke uitgang krijgt 'tellen' in de verleden tijd meervoud?