Form 13: Verleden tijd van werkwoorden met samengestelde delen
Oefen met het spellen van de verleden tijd bij werkwoorden met samengestelde delen. Leer hoe je deze specifieke werkwoordsvormen correct schrijft.
Questions
-
MultiChoice
Mijn moeder ... de keuken ... . (schoonmaken)
-
MultiChoice
De klas ... goed ... de uitleg. (luisteren naar)
-
MultiChoice
De leerling ... de regel ... . (toepassen)
-
MultiChoice
Hij ... het antwoord ... . (invullen)
-
MultiChoice
Zij ... haar kamer ... . (opruimen)
-
MultiChoice
De directeur ... een nieuw plan ... . (voorstellen)
-
MultiChoice
Oom Ben ... het pakketje ... . (opsturen)
-
MultiChoice
Mijn broer ... gezellig ... . (meefietsen)
-
MultiChoice
De melk ... bijna ... . (overkoken)
-
MultiChoice
Hij ... het kozijn ... . (afverven -> afverfde)
-
MultiChoice
De leraar ... de punten ... . (optellen)
-
MultiChoice
Zij ... de zolder ... tot kamer. (ombouwen)