Form 13: Verleden tijd van werkwoorden met samengestelde delen Exercise

Form 13: Verleden tijd van werkwoorden met samengestelde delen

10 minutes 5 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Form 13: Verleden tijd van werkwoorden met samengestelde delen

Oefen met het spellen van de verleden tijd bij werkwoorden met samengestelde delen. Leer hoe je deze specifieke werkwoordsvormen correct schrijft.

Questions

  1. MultiChoice

    Mijn moeder ... de keuken ... . (schoonmaken)

  2. MultiChoice

    De klas ... goed ... de uitleg. (luisteren naar)

  3. MultiChoice

    De leerling ... de regel ... . (toepassen)

  4. MultiChoice

    Hij ... het antwoord ... . (invullen)

  5. MultiChoice

    Zij ... haar kamer ... . (opruimen)

  6. MultiChoice

    De directeur ... een nieuw plan ... . (voorstellen)

  7. MultiChoice

    Oom Ben ... het pakketje ... . (opsturen)

  8. MultiChoice

    Mijn broer ... gezellig ... . (meefietsen)

  9. MultiChoice

    De melk ... bijna ... . (overkoken)

  10. MultiChoice

    Hij ... het kozijn ... . (afverven -> afverfde)

  11. MultiChoice

    De leraar ... de punten ... . (optellen)

  12. MultiChoice

    Zij ... de zolder ... tot kamer. (ombouwen)