Form 10: Verleden tijd van zwakke vs sterke werkwoorden Exercise

Form 10: Verleden tijd van zwakke vs sterke werkwoorden

10 minutes 5 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Form 10: Verleden tijd van zwakke vs sterke werkwoorden

Leer het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden in de verleden tijd. Oefen met het herkennen en juist spellen van beide soorten werkwoorden.

Questions

  1. MultiChoice

    Is het werkwoord 'werken' een zwak of sterk werkwoord?

  2. MultiChoice

    Is het werkwoord 'lopen' een zwak of sterk werkwoord?

  3. MultiChoice

    Gebruik je 't kofschip bij het werkwoord 'zingen' (zong)?

  4. MultiChoice

    Wat is de verleden tijd van 'vliegen'?

  5. MultiChoice

    Wat is de verleden tijd enkelvoud van 'zwemmen'?

  6. MultiChoice

    Wat is de verleden tijd van 'zetten' (zwak werkwoord)?

  7. MultiChoice

    Wat is de verleden tijd van 'zitten' (sterk werkwoord)?

  8. MultiChoice

    Wat is de verleden tijd van 'leggen'?

  9. MultiChoice

    Wat is de verleden tijd van 'liggen'?

  10. MultiChoice

    Wat is de verleden tijd van 'denken'?

  11. MultiChoice

    Wat is de verleden tijd van 'brengen'?

  12. MultiChoice

    Wat is de verleden tijd van 'kopen'?