Form 10: Verleden tijd van zwakke vs sterke werkwoorden
Leer het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden in de verleden tijd. Oefen met het herkennen en juist spellen van beide soorten werkwoorden.
Questions
-
MultiChoice
Is het werkwoord 'werken' een zwak of sterk werkwoord?
-
MultiChoice
Is het werkwoord 'lopen' een zwak of sterk werkwoord?
-
MultiChoice
Gebruik je 't kofschip bij het werkwoord 'zingen' (zong)?
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd van 'vliegen'?
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd enkelvoud van 'zwemmen'?
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd van 'zetten' (zwak werkwoord)?
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd van 'zitten' (sterk werkwoord)?
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd van 'leggen'?
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd van 'liggen'?
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd van 'denken'?
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd van 'brengen'?
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd van 'kopen'?