Form 8: Meervoudige verleden tijd met -dden of -tten
Leer wanneer je in de meervoudige verleden tijd -dden of -tten gebruikt. Oefen met het juist spellen van deze meervoudsvormen.
Questions
-
MultiChoice
De kaarsen ... de hele avond. (branden)
-
MultiChoice
Wij ... urenlang met elkaar. (praten)
-
MultiChoice
De parachutisten ... op het veld. (landen)
-
MultiChoice
Zij ... de stoelen klaar. (zetten)
-
MultiChoice
De studenten ... tegelijk. (antwoorden)
-
MultiChoice
Mijn vrienden ... voor de school. (wachten)
-
MultiChoice
De redders ... het hondje uit de sloot. (redden)
-
MultiChoice
De spelers ... tegen elkaar. (stoten)
-
MultiChoice
Zij ... elkaars hand. (schudden)
-
MultiChoice
De dieven ... weg. (vluchten)
-
MultiChoice
De sporters ... zich bij de balie. (melden)
-
MultiChoice
Wij ... de buren vriendelijk. (groeten)