Form 7: Verleden tijd meervoud (-ten of -den) Exercise

Form 7: Verleden tijd meervoud (-ten of -den)

10 minutes 5 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Form 7: Verleden tijd meervoud (-ten of -den)

Oefen met meervoudsvormen in de verleden tijd die eindigen op -ten of -den. Bepaal met behulp van 't kofschip welke uitgang je moet gebruiken.

Questions

  1. MultiChoice

    Wij ... samen naar het park. (fietsen)

  2. MultiChoice

    De kinderen ... in de tuin. (spelen)

  3. MultiChoice

    Zij ... een grote sneeuwpop. (maken)

  4. MultiChoice

    Jullie ... de bel toch wel? (horen)

  5. MultiChoice

    De jongens ... hun tassen. (pakken)

  6. MultiChoice

    De leerlingen ... de regel van buiten. (leren)

  7. MultiChoice

    Mijn ouders ... een heerlijk maal. (koken)

  8. MultiChoice

    Zij ... gisteren met de dokter. (bellen -> belden)

  9. MultiChoice

    De vissers ... de hele middag. (vissen)

  10. MultiChoice

    Wij ... een uitnodiging per post. (sturen)

  11. MultiChoice

    De vissen ... naar het voer. (happen)

  12. MultiChoice

    De kinderen ... naar hun oma. (zwaaien)