Form 6: Werkwoorden op -zen (z verandert in s)
Leer hoe de z verandert in een s bij werkwoorden die eindigen op -zen. Oefen met het correct toepassen van deze regel in de verleden tijd.
Questions
-
MultiChoice
Hij ... met de trein naar Spanje. (reizen)
-
MultiChoice
Mijn oma ... naar een appartement. (verhuizen)
-
MultiChoice
De hond ... achteruit. (deinzen)
-
MultiChoice
De gouden ring ... in het licht. (glanzen)
-
MultiChoice
Hij ... lang over de oplossing. (piekeren)
-
MultiChoice
De denker ... over het raadsel. (peinzen)
-
MultiChoice
De tuin ... aan het bos. (grenzen)
-
MultiChoice
Naar welke letter in reizen-en kijk je om de regel toe te passen?
-
MultiChoice
Zit de z van reizen in 't kofschip?
-
MultiChoice
De kat ... tevreden op de bank. (snorren -> snorde)
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd van het sterke werkwoord 'blazen'?
-
MultiChoice
De boef ... gemeen. (grijnzen -> grijnsde)