Form 5: Werkwoorden op -ven (v verandert in f)
Oefen met werkwoorden waarvan de v in een f verandert bij het bepalen van de stam. Leer hoe je de verleden tijd van werkwoorden op -ven correct spelt.
Questions
-
MultiChoice
De burgemeester ... beterschap. (beloven)
-
MultiChoice
Mijn moeder ... de deur groen. (verven)
-
MultiChoice
De dinosaurus ... lang geleden. (leven)
-
MultiChoice
Krijgt het werkwoord 'doven' in verleden tijd -de of -te?
-
MultiChoice
De degenvechter ... de schat. (rooven -> roven)
-
MultiChoice
Hij ... zijn knie aan de muur. (schaven)
-
MultiChoice
Zij ... het verhaal niet. (geloven)
-
MultiChoice
Het water ... over de dijk. (golven)
-
MultiChoice
De brandweer ... het kleine vuur. (doven)
-
MultiChoice
Wat is de verleden tijd van het sterke werkwoord 'schuiven'?
-
MultiChoice
Naar welke letter kijk je in het infinitief bij 'geloven'?
-
MultiChoice
Krijgt 'geloven' een -te in de verleden tijd?