Form 5: Werkwoorden op -ven (v verandert in f) Exercise

Form 5: Werkwoorden op -ven (v verandert in f)

10 minutes 5 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Form 5: Werkwoorden op -ven (v verandert in f)

Oefen met werkwoorden waarvan de v in een f verandert bij het bepalen van de stam. Leer hoe je de verleden tijd van werkwoorden op -ven correct spelt.

Questions

  1. MultiChoice

    De burgemeester ... beterschap. (beloven)

  2. MultiChoice

    Mijn moeder ... de deur groen. (verven)

  3. MultiChoice

    De dinosaurus ... lang geleden. (leven)

  4. MultiChoice

    Krijgt het werkwoord 'doven' in verleden tijd -de of -te?

  5. MultiChoice

    De degenvechter ... de schat. (rooven -> roven)

  6. MultiChoice

    Hij ... zijn knie aan de muur. (schaven)

  7. MultiChoice

    Zij ... het verhaal niet. (geloven)

  8. MultiChoice

    Het water ... over de dijk. (golven)

  9. MultiChoice

    De brandweer ... het kleine vuur. (doven)

  10. MultiChoice

    Wat is de verleden tijd van het sterke werkwoord 'schuiven'?

  11. MultiChoice

    Naar welke letter kijk je in het infinitief bij 'geloven'?

  12. MultiChoice

    Krijgt 'geloven' een -te in de verleden tijd?