Form 3: Verleden tijd enkelvoud met -de
Oefen het spellen van enkelvoudige werkwoorden in de verleden tijd die de uitgang -de krijgen. Leer wanneer een werkwoord niet in 't kofschip valt.
Questions
-
MultiChoice
Tim ... gisteren buiten. (spelen)
-
MultiChoice
De meester ... naar huis. (bellen)
-
MultiChoice
Ik ... een vreemd geluid. (horen)
-
MultiChoice
Sanne ... hard voor de toets. (leren)
-
MultiChoice
Hij ... met een zware tas. (zeulen)
-
MultiChoice
De regisseur ... het optreden. (filmen)
-
MultiChoice
De timmerman ... een hut. (bouwen)
-
MultiChoice
Zij ... de kar vooruit. (duwen)
-
MultiChoice
De boer ... de konijnen. (voeren)
-
MultiChoice
Oom Jan ... een kaartje. (sturen)
-
MultiChoice
Lisa ... een voldoende. (halen)
-
MultiChoice
De molen ... snel rond. (draaien)