Form 2: Verleden tijd enkelvoud met -te
Oefen met het schrijven van de verleden tijd enkelvoud voor werkwoorden die eindigen op -te. Gebruik 't kofschip om te bepalen wanneer je deze uitgang gebruikt.
Questions
-
MultiChoice
Hij ... gisteren naar school. (fietsen)
-
MultiChoice
Zij ... op een mooi cijfer. (hopen)
-
MultiChoice
Vader ... gisteren lekkere soep. (koken)
-
MultiChoice
De sleutel ... precies in het slot. (passen)
-
MultiChoice
De goochelaar ... het publiek. (foppen)
-
MultiChoice
De specht ... op de boomstam. (tikken)
-
MultiChoice
Moeder ... een mooie tekening. (maken)
-
MultiChoice
De man ... aan de rivier. (vissen)
-
MultiChoice
Het kind ... het speelgoed. (pakken)
-
MultiChoice
De bus ... bij de halte. (stoppen)
-
MultiChoice
De baby ... na het drinken. (hikken)
-
MultiChoice
Opa ... voorzichtig uit de auto. (stappen)