13. Onregelmatige en bijzondere werkwoorden Exercise

13. Onregelmatige en bijzondere werkwoorden

5 minutes 4 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
13. Onregelmatige en bijzondere werkwoorden

In deze oefening ga je aan de slag met de spelling van onregelmatige en bijzondere werkwoorden in de tegenwoordige tijd.

Questions

  1. MultiChoice

    Vul in (tegenwoordige tijd): Hij ... heel aardig. (zijn)

  2. MultiChoice

    Vul in: De hond ... een nieuwe bal. (hebben)

  3. MultiChoice

    Vul in: Zij (enkelvoud) ... heel goed zingen. (kunnen)

  4. MultiChoice

    Vul in: Hij ... een ijsje kopen. (willen)

  5. MultiChoice

    Vul in: Het kind ... buiten spelen. (mogen)

  6. MultiChoice

    Vul in: Zij ... er morgen zijn. (zullen - enkelvoud)

  7. MultiChoice

    Vul in: Ik ... thuis. (zijn)

  8. MultiChoice

    Vul in: Ik ... dorst. (hebben)

  9. MultiChoice

    Vul in: Jij ... te laat. (zijn)

  10. MultiChoice

    Vul in: Jij ... gelijk. (hebben)

  11. MultiChoice

    Vul in: Wij ... de toets maken. (kunnen)

  12. MultiChoice

    Vul in: Jullie ... toch wel mee? (willen)