13. Onregelmatige en bijzondere werkwoorden
In deze oefening ga je aan de slag met de spelling van onregelmatige en bijzondere werkwoorden in de tegenwoordige tijd.
Questions
-
MultiChoice
Vul in (tegenwoordige tijd): Hij ... heel aardig. (zijn)
-
MultiChoice
Vul in: De hond ... een nieuwe bal. (hebben)
-
MultiChoice
Vul in: Zij (enkelvoud) ... heel goed zingen. (kunnen)
-
MultiChoice
Vul in: Hij ... een ijsje kopen. (willen)
-
MultiChoice
Vul in: Het kind ... buiten spelen. (mogen)
-
MultiChoice
Vul in: Zij ... er morgen zijn. (zullen - enkelvoud)
-
MultiChoice
Vul in: Ik ... thuis. (zijn)
-
MultiChoice
Vul in: Ik ... dorst. (hebben)
-
MultiChoice
Vul in: Jij ... te laat. (zijn)
-
MultiChoice
Vul in: Jij ... gelijk. (hebben)
-
MultiChoice
Vul in: Wij ... de toets maken. (kunnen)
-
MultiChoice
Vul in: Jullie ... toch wel mee? (willen)