Form 13: Breuken in context (Deel 2) Exercise

Form 13: Breuken in context (Deel 2)

4 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Form 13: Breuken in context (Deel 2)

Oefen verder met het toepassen van breuken in verschillende contextopdrachten.

Questions

  1. MultiChoice

    In een klas van 16 leerlingen draagt 1/4 een bril. Hoeveel leerlingen zijn dat?

  2. MultiChoice

    In een klas van 16 leerlingen sport 1/2 elke dag. Hoeveel leerlingen zijn dat?

  3. MultiChoice

    In een klas van 16 leerlingen fietst 1/8 naar school. Hoeveel zijn dat?

  4. MultiChoice

    In een klas van 16 leerlingen heeft 3/4 een huisdier. Hoeveel zijn dat?

  5. MultiChoice

    Er liggen 8 appels. Je neemt 3/4 van de appels. Hoeveel appels neem je?

  6. MultiChoice

    Er liggen 8 appels. Je neemt 3/8 van de appels. Hoeveel appels neem je?

  7. MultiChoice

    Er liggen 8 appels. Je neemt 5/8 van de appels. Hoeveel appels neem je?

  8. MultiChoice

    Je hebt 20 knikkers. Je geeft 1/2 weg. Hoeveel knikkers geef je weg?

  9. MultiChoice

    Je hebt 20 knikkers. Je geeft 1/4 weg. Hoeveel knikkers geef je weg?

  10. MultiChoice

    Je hebt 20 knikkers. Je geeft 3/4 weg. Hoeveel knikkers geef je weg?

  11. MultiChoice

    Een uur duurt 60 minuten. Hoe lang is 1/2 uur?

  12. MultiChoice

    Een uur duurt 60 minuten. Hoe lang is 1/4 uur?