Redeneersommen en verhaaltjessommen: Optellen Exercise

Redeneersommen en verhaaltjessommen: Optellen

5 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Redeneersommen en verhaaltjessommen: Optellen

Los verhaaltjessommen en redeneersommen op waarin optellen centraal staat. Haal de juiste getallen uit de tekst en gebruik cijferen om het antwoord te berekenen.

Questions

  1. MultiChoice

    Jan heeft 2450 euro en verdient 1830 euro erbij. Hoeveel heeft hij nu?

  2. MultiChoice

    In de bibliotheek staan 3820 kinderboeken en 4350 leesboeken. Hoeveel samen?

  3. MultiChoice

    Een vrachtwagen rijdt 's morgens 2340 km en 's middags 1980 km. Totaal?

  4. MultiChoice

    School A heeft 1420 leerlingen, School B heeft 1890 leerlingen. Samen?

  5. MultiChoice

    Een winkel verkoopt 2760 broeken en 3480 t-shirts. Hoeveel kledingstukken?

  6. MultiChoice

    Op een festival zijn 4580 bezoekers op zaterdag en 3890 op zondag. Totaal?

  7. MultiChoice

    Lisa spaart 1250 euro en krijgt 2870 euro cadeau. Hoeveel heeft ze?

  8. MultiChoice

    Een trein legt 3640 km af op dag 1 en 2880 km op dag 2. Totale afstand?

  9. MultiChoice

    In een bos staan 5340 eiken en 3890 dennen. Hoeveel bomen totaal?

  10. MultiChoice

    Een fabriek maakt 4820 rode ballen en 3790 blauwe ballen. Hoeveel samen?

  11. MultiChoice

    Bakker Tim bakt 1950 broden en bakker Bas 2480 broden. Hoeveel totaal?

  12. MultiChoice

    Een museum heeft 3890 schilderijen en 2460 beelden. Hoeveel kunstwerken?