Signaalwoorden van Oorzaak en Gevolg Exercise

Signaalwoorden van Oorzaak en Gevolg

10 minutes 4 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Signaalwoorden van Oorzaak en Gevolg

Oefen met het herkennen van signaalwoorden die een oorzaak en een gevolg verbinden. Zo begrijp je beter waarom dingen gebeuren in een tekst.

Questions

  1. MultiChoice

    Wat legt een signaalwoord van oorzaak uit?

  2. MultiChoice

    Welk woord geeft een oorzaak aan?

  3. MultiChoice

    'Het regende hard, ... werd de straat kletsnat.' Welk woord past hier?

  4. MultiChoice

    Welk woord is een signaalwoord van oorzaak?

  5. MultiChoice

    'Hij viel van zijn fiets ... hij niet goed uitkeek.' Vul in.

  6. MultiChoice

    Wat is de oorzaak in: 'Doordat het vroor, was het ijs sterk.'?

  7. MultiChoice

    Welk woord geeft het GEVOLG aan?

  8. MultiChoice

    'Jan was ziek, ... kon hij niet meedoen.' Welk woord past?

  9. MultiChoice

    Welk signaalwoord past bij het geven van een reden?

  10. MultiChoice

    'De plant ging dood ... hij geen water kreeg.' Vul in.

  11. MultiChoice

    Wat geeft het woord 'dus' vaak aan?

  12. MultiChoice

    Welke zin bevat een signaalwoord van oorzaak?