Onderwerp bij verschillende werkwoorden Exercise

Onderwerp bij verschillende werkwoorden

10 minutes 2 views 0 saves NL
Send as Assignment Host live session
Onderwerp bij verschillende werkwoorden

Oefen met het bepalen van het onderwerp bij uiteenlopende werkwoorden.

Questions

  1. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Morgen reizen wij naar Spanje.'?

  2. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Gisteren zwommen de kinderen in de zee.'?

  3. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Aandachtig luistert de klas naar de juf.'?

  4. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'In het museum bekijken bezoekers een schilderij.'?

  5. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Blij verrast ontvingen mijn ouders een cadeau.'?

  6. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Rustig slaapt de baby in haar wieg.'?

  7. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Tijdens de storm woei het dak eraf.'?

  8. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Vrolijk huppelen de konijnen door het gras.'?

  9. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Elke ochtend bakt de bakker verse broodjes.'?

  10. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Langzaam kruipt de slak over het blad.'?

  11. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Binnenkort vieren wij het schoolfeest.'?

  12. MultiChoice

    Wat is het onderwerp in: 'Met grote ogen keek het uiltje rond.'?