Gepast betalen en wisselgeld
Oefen met gepast betalen en het berekenen van wisselgeld. Je leert hoeveel geld je moet terugkrijgen of geven.
Questions
-
MultiChoice
Je koopt iets van €16,50. Je betaalt met €20. Wisselgeld?
-
MultiChoice
Je koopt een spel van €34. Je betaalt met €50. Wisselgeld?
-
MultiChoice
Welke munten maken samen €0,80?
-
MultiChoice
Je koopt voor €82. Je geeft €100. Hoeveel wisselgeld krijg je?
-
MultiChoice
Je koopt brood van €2,40 en betaalt met €5. Wisselgeld?
-
MultiChoice
Welk biljet is het kleinste waar je €45 mee kunt betalen?
-
MultiChoice
Je koopt kleding voor €135. Je geeft €150. Wisselgeld?
-
MultiChoice
Je koopt een boek van €7,80 en geeft €10. Wisselgeld?
-
MultiChoice
Welke twee biljetten maken samen €70?
-
MultiChoice
Je koopt spullen van €260. Je geeft €300. Wisselgeld?
-
MultiChoice
Je koopt een ijsje van €1,70 en geeft €2. Wisselgeld?
-
MultiChoice
Je koopt speelgoed van €42,50 en geeft €50. Wisselgeld?