Bijvoeglijk naamwoord met of zonder -e
In deze oefening oefen je of een bijvoeglijk naamwoord eindigt met of zonder -e. Je kiest steeds de juiste vorm bij het zelfstandig naamwoord.
Questions
-
MultiChoice
Vul in: 'het ... huis' (groot/grote)
-
MultiChoice
Vul in: 'een ... huis' (groot/grote)
-
MultiChoice
Vul in: 'de ... hond' (lief/lieve)
-
MultiChoice
Vul in: 'een ... hond' (lief/lieve)
-
MultiChoice
Vul in: 'het ... meisje' (klein/kleine)
-
MultiChoice
Vul in: 'een ... meisje' (klein/kleine)
-
MultiChoice
Vul in: 'de ... man' (oud/oude)
-
MultiChoice
Vul in: 'een ... man' (oud/oude)
-
MultiChoice
Vul in: 'het ... boek' (mooi/mooie)
-
MultiChoice
Vul in: 'een ... boek' (mooi/mooie)
-
MultiChoice
Wanneer krijgt een bijvoeglijk naamwoord GEEN -e bij 'een'?
-
MultiChoice
Vul in: 'een ... paard' (snel/snelle)